Categorie 4 onregelmatige verba:
| Personal pronomen subject | doen | zien | komen | gaan | staan |
| ik je / jij u hij ze/zij die het / ‘t | doe doet / doe? doet doet doet doet doet | zie ziet / zie? ziet ziet ziet ziet ziet | kom komt / kom? komt komt komt komt komt | ga gaat / ga? gaat gaat gaat gaat gaat | sta staat / sta? staat staat staat staat staat |
| we/wij jullie ze/zij | doen doen doen | zien zien zien | komen komen komen | gaan gaan gaan | staan staan staan |
Categorie 4 onregelmatige verba:
| Personal pronoun subject | hebben | zijn |
| ik je / jij u hij ze/zij die het / ‘t | heb hebt / heb je? hebt + heeft heeft heeft heeft heeft | ben bent / ben je? bent is is is is |
| we/wij jullie ze/zij | hebben hebben hebben | zijn zijn zijn |